/van_gulik/biografie Rechter Tie / Robert van Gulik

Alle teksten en illustraties uit het werk van Robert van Gulik
zijn © Erven R.H. van Gulik

Biografische notities

Uit: Robert van Gulik: zijn leven, zijn werk van Janwillem van de Wetering
1910Geboren te Zutphen op 9 augustus 1910
1915Reis naar Nederlands-Indië
1916-1922Jeugd in Surabaja en Batavia (Djakarta)
1923-1930Gymnasium in Nijmegen (melding in krant over eindexamen)
1930-1934Studie aan universiteit van Leiden
1935-1942Adjunct-tolk, Ambassade in Japan
1943Tijdelijke aanstellingen in Oost Afrika, Egypte en India
1943-1946Eerste secretaris Nederlandse Legatie in Tsjoengking, China
1946-1947Ministerie van Buitenlandse Zaken te Den Haag
1947-1948Raadgevende functie bij Nederlandse ambassade te Washington, VS
1948-1951Adviseur Nederlandse Militaire Missie in Japan
1951-1953Nederlandse ambassade in New Delhi, India
1953-1956Directeur Bureau voor Afrika en het Midden-Oosten
1956-1959Gevolmachtigd minister voor het Midden-Oosten, Beiroet
1959-1962Nederlands ambassadeur in Maleisië
1963-1964Directeur afdeling Onderzoek ministerie van Buitenlandse Zaken
1965-1967Nederlands ambassadeur in Japan
1967Overleden te Den Haag op 24 september 1967

1910

9 augustus te Zutphen geboren. Zijn vader, Willem Jacobus van Gulik, is geneesheer/stafofficier bij het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger.

1915

Zijn eerste grote reis, samen met zijn moeder en zusje. De Eerste Wereldoorlog is aan de gang maar Nederland blijft neutraal. Het schip vaart naar Java waar Robert zijn vader, die vooruit reisde om zijn tweede dienstverband te beginnen, weer ziet.

1916-1922

Een gelukkige jeugd in Surabaja en Batavia (nu Djakarta). Hij leert Nederlands op school, en Chinees, Maleis en Javaans op straat. De Chinese taal is hem het liefst - een affaire begint die een leven lang zal duren.

1923-1930

Terug in Nederland (Nijmegen) bezoekt hij het Gymnasium waar hij klassieke en moderne talen met alle Bèta vakken combineert. Heimwee naar de 'gordel van smaragd', de eilanden van Indonesië, inspireren hem tot een serie 'herinneringen' in het schoolblad Rostra; sommige schrijft hij in het Frans. Hij neemt privé les bij een Chinese student, zowel in Kantonnees als Mandarijn. Professor C.C. Uhlenbeck, beroemd taalkundige te Amsterdam, leert hem Russisch en Sanskriet. Van Gulik helpt Uhlenbeck met het samenstellen van een woordenboek, de taal is het dialect van de Noordamerikaanse Zwartvoet Indianen.

Van Gulik maakt een werkstuk over het Indonesische Wajangspel dat door vakmensen wordt gewaardeerd.

In 1928, als middelbaar scholier, schrijft hij enkele essays die in het tijdschrift van de Nederlands/Chinese Culturele Stichting, China, verschijnen.

1930-1934

Studeert Indisch Recht, 'Indologie' (Indonesische Cultuur), en vanzelfsprekend Oosterse talen, met name Chinees en Japans, inclusief de literatuur, aan de universiteit van Leiden.

Vertaalt (1932) een toneelstuk uit het Sanskriet, het werk wordt uitgegeven.

Chinese vrienden geven hem de naam Kao Lo-pei (高羅佩) die hij gedurende de rest van zijn leven als pseudoniem zal gebruiken. Als dagelijkse oefening, die hij zal volhouden, penseelt hij Chinese literaire teksten, soms van eigen compositie. Een Engelstalige universitaire scriptie (1933) heet The Development of the Juridical Position of the Chinese in the Netherlands Indies. Hij studeert nu ook aan de Universiteit van Utrecht (Tibetaans en Sanskriet) en wordt doctorandus met zijn essay Mi Fu on inkstones, in 1935 doctor (Cum Laude) met zijn dissertatie Hayagriva, mantrayanic aspects of horsecult in China and Japan, een verhandeling, betreffende, o.a., enige esoterische aspekten van het boeddhisme.

1935-1942

Zijn eerste officiële en diplomatieke benoeming, bij de Nederlandse ambassade in Japan. Hij is één van de oprichters van de Sophia Universiteit en blijft dertig jaar lang bestuurslid.

Publiceert twee boekwerkjes betreffende vroeg-Chinese ideologieën in verband met het bespelen van de zevensnarige luit. Verzamelt boeken en manuscripten over Chinese muziek - de collectie gaat verloren tijdens zijn evacuatie wegens het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

1943

Tijdelijke aanstellingen in Oost Afrika, Egypte en New Dehli in India.

1943-1946

Benoemd tot eerste secretaris aan de Nederlandse Legatie in Tsjoengking, hoofdstad van Vrij China. Bespeelt de luit en maakt vrienden in Chinese culturele kringen. Trouwt (18 december 1943) met Shui Shin-fang, dochter van een keizerlijke mandarijn; juffrouw Shui studeerde af aan de universiteit van Tsjie-loe, en werkte als secretaresse bij de Legatie. De huwelijksplechtigheid heeft zowel volgens Chinees als westers gebruik plaats. Willem, de eerste zoon van het echtpaar, wordt in 1944 geboren. Er zullen nog drie kinderen volgen, een dochter en twee zoons. Dr. van Gulik begint zich in boekdrukkunst en rolprentopmaak te interesseren.

1946-1947

Overplaatsing naar politieke afdeling van het ministerie van Buitenlandse Zaken te Den Haag.

Besteedt zoveel mogelijk tijd in de universiteit van Leiden. Doceert af en toe aan de universiteit van Utrecht.

1947-1948

Vervult een raadgevende functie bij de Nederlandse ambassade te Washington, VS. Is lid van de Internationale Commissie die adviseert betreffende de geallieerde bezetting van Japan.

Maakt dankbaar gebruik van de faciliteiten geboden door verschillende Amerikaanse universiteiten.

1948-1951

Wordt benoemd tot adviseur van de Nederlandse Militaire Missie in Japan. Adviseert tegen de vereenvoudiging van de geschreven Japanse taal (nog 'slechts' 1850 lettertekens zullen worden gebruikt). Niemand luistert naar zijn raad en hij vertaalt een antieke Chinese detectiveroman, de Dee Goong An. Zijn privé uitgave van dit spannende en authentieke boek heeft zoveel succes dat hij begint met vervolg-delen te bedenken en schrijven. De held in de serie. Rechter Tie is een historisch personage uit de T'ang Dynastie maar Van Gulik illustreert de boeken in de stijl van de latere Ming. The Chinese Bell Murders (Klokken van Kao-Yang) is een commercieel succes zowel in de Engelse, Nederlandse, Chinese en Japanse versies. De serie zal uiteindelijk uit zeventien delen bestaan. De Japanse uitgever vraagt om een tekening van een naakte vrouw voor het omslag en Van Gulik begint een uitgebreide studie van het vrouwelijke naakt in de Chinese kunst die leidt tot de uitgave van zijn omvangrijke manuscripten Erotic Color Prints of the Ming Period en Sexual Life in Ancient China.

1951-1953

Aanstelling bij de Nederlandse ambassade in New Delhi, India. Vervolgt zijn studies in Sanskriet en schrijft een belangrijke verhandeling, Siddam, die Chinese en Japanse studies op dit gebied van de oertaal bespreekt. Het Siddam-alfabet wordt veelal gebruikt in Japanse esoterische kunst. De studie wordt in 1956 uitgegeven.

1953-1956

Wordt benoemd tot directeur van het Bureau voor Afrika en het Midden-Oosten van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Bestudeert mogelijke plots uit de Chinese geschiedenis voor de Rechter Tie-serie. Vertaalt een veertiende eeuws handboek voor Chinese magistraten, Parallel Cases under the Pear Tree. Studeert Arabische taal en religie, de Islam.

1956-1959

Bevorderd tot gevolmachtigd minister voor het Midden-Oosten, verhuist naar Beiroet. De politieke situatie is niet stabiel en hij stuurt zijn gezin terug naar Den Haag. Vervolgt zijn studies aan de universiteit van Beiroet. Schrijft een volgende 'Rechter Tie', The Chinese Nail Murders (Nagels in Ning-Tsjo) met het vage idee de serie hiermee te beëindigen. Hij vindt ook nog tijd om, in de tegen de gevechtshandelingen met zandzakken afgeschermde kelder van zijn ambtswoning, het monumentale boek Chinese Pictorial art as viewed by the connoisseur af te schrijven. Verzamelt gegevens die hij later voor het 'Arabische gedeelte' van zijn roman Een gegeven dag zal gebruiken.

1959-1962

Bevorderd, op 49-jarige leeftijd, tot Nederlands ambassadeur in Maleisië. Doceert geregeld aan de universiteit in Koeala Loempoer. Ontdekt hoogslingerende wezens die zijn vrienden zullen worden, de gibbons. Hij woont met verscheidene van deze intelligente mensapen samen, in de door hoge bomen omgeven ambassadeurswoning waarvan de deuren altijd openstaan. Bestudeert de gibbons die nog in verschillende gedeelten van het Verre Oosten voorkomen en vindt vele interessante referenties, vooral in de klassieke Chinese literatuur.

1963-1964

Teruggeroepen naar Den Haag wordt Dr. van Gulik benoemd tot directeur van de afdeling Onderzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Schrijft de roman Een gegeven dag, die zijn ervaringen in het Verre en Midden-Oosten met die van het Nederlandse bestaan verbindt. Het thema van het boek is een Zen-versie van het christelijke idee dat 'de laatsten zullen de eersten zijn'. Meneer Hendriks, een grijze figuur in een natte regenjas, is de verliezer die wint.

1965-1967

Bekroning van zijn carrière - de benoeming tot Nederlands ambassadeur in Japan. Van plan om zich voorgoed in Japan te vestigen neemt hij zijn kunstverzameling mee die nauwelijks in zijn residentie past. Toch vraagt hij nog enige gibbons te logeren. Zijn dissertatie The Gibbon in China wordt haastig afgemaakt, misschien voelt hij dat het einde nadert. Longkanker wordt vermoed en bevestigd: Dr. van Gulik gaat met ziekteverlof naar Den Haag en sterft aldaar in een ziekenhuis op 24 september 1967, nadat hij een vriend heeft verteld dat hij zich verheugt op wat er komen gaat.

1967

24 september 1967 te Den Haag overleden.