“Chung Hwa Hui Tsa Chih”, 1928, Vol. 3, nr. 4, pp. 145-146
Weerstand bieden
Uit een artikel, geteekend Chün T’i, in de „Shenpao” van 21 Sept. ’33
145 De herinneringsdatum 18 September is voorbij. Wij allen hebben dezen dag smartelijk beleefd. Nu moeten wij evenwel de hand op het hart leggen en onszelf afvragen: Onze geliefde bergen en rivieren zijn ons zonder eenige aanleiding door de vijanden ontroofd. De vijanden hebben zich niet beter gedragen dan straatroovers, niet waard tot het menschdom gerekend te worden. Maar dit rooversgedrag hebben zij niet durven toepassen op andere landen. Dat zij dit wel op ons hebben durven doen, is dit voor ons geen smaad en schande? Bij de geliefde bergen en rivieren, die wij verloren hebben, waren oorspronkelijk eenige miljoenen van onze soldaten gelegerd. 146 En de vijanden, die dit land kwamen rooven, telden slechts eenige duizenden. Is dit voor ons geen smaad en schande?
Deze geliefde bergen en rivieren zijn nu reeds sinds twee jaren voor ons verloren gegaan. In deze twee jaren hebben wij ze niet alleen niet kunnen terugnemen, maar er is daarentegen nog meer verloren gegaan. Is dit voor ons geen smaad en schande?
Zonder twijfel, dit is voor ons een groote smaad en een groote schande.
Maar wij willen niet wrokken en wij willen ook niet de schuld bij anderen zoeken. Daarom willen wij niet zeggen, dat wij van nature een rampspoedig volk zijn. Ook willen wij niet zeggen, dat de groote mogendheden niet waarachtig van zins waren ons te helpen. Noch willen wij zeggen, dat onze Regeering niet al haar krachten inspande, noch dat de militairen niet hun plicht hebben gedaan. Wij burgers der Chineesche Republiek tellen vierhonderd miljoen zielen. Vat men aan onze handen ontrukt heeft, moeten wij met onze eigen handen weer terugnemen. Dat eeuwige gejammer en geklaag, dat smeken om hulp en bedelen om bijstand, dat alles is slechts een blijk van zwakheid.
Wij allen moeten bereid zijn onze beste krachten aan de goede zaak te geven. De harten van al die vierhonderd miljoen menschen moeten één van zin worden. Wanneer dat het geval is, dan zal, wat de vreedzame middelen betreft, geen enkele cent van ons geld worden gegeven voor de goederen en de producten van den vijand, al zijn ze ook nog zoo mooi en al zijn ze ook nog zoo goedkoop. En wat de militaire middelen betreft, al zijn de wapens van den vijand ook nog zoo scherp, al zijn ze ook nog zoo talrijk, onze vierhonderd miljoen zullen ze toch niet kunnen uitdelgen!
Met andere woorden: wij moeten ten koste van alles weerstand bieden. Weerstand bieden met vreedzame middelen, weerstand bieden met militaire middelen. De vreedzame middelen zijn: het niet koopen van de producten van den vijand. Militaire middelen zijn: den dood trotseeren tegenover den vijand.
XML-versie © 2006 Marco Huysmans